Stichting
Aircraft Recovery Group
1940-1945
Expeditie(s): Juni/augustus 1998 en juli/september 1999

De locatie van de vermoedelijke Lancaster was in de GPS opgeslagen en met een schip werd naar de bewuste lokatie gevaren. Aangekomen op de locatie, begonnen we al snel met het afzoeken van de bodem met behulp van de schrijver. Uiteindelijk bereikten we de plek waar enkele jaren daarvoor het wrak van een Engels vliegtuig was ontdekt en waarvan verder niet veel meer bekend was dan dat het uitgerust moest zijn geweest met een of meerdere Merlin-motoren afgaand op een stuk radiator welke tijdens dat bezoek was geborgen. Uiterst nieuwsgierig zagen we tot onze opluchting dat de precieze locatie al snel werd gevonden, en de duikers lagen al gauw te water. Korte tijd later kwam een van hen boven met het bericht dat de gehele bodem bezaaid lag met de resten wat ooit een trots Engels vliegtuig geweest was. Al gauw werd een grote hoeveelheid aluminium bovengebracht welke wij, aanpakten en begonnen te zoeken naar nummers om het vliegtuigtype te kunnen identificeren. Aanvankelijk leverde dit tegenstrijdige informatie op. Nummers en cijfers duidden in eerste instantie op zowel Lancaster als Halifax, terwijl sommige onderdelen van vooroorlogse kwaliteit waren. Maar nog steeds hadden wij geen bewijs met wat voor type we nu daadwerkelijk te maken hadden. Maar dit veranderde al snel want een groot stuk van een vleugel hoofdligger gaf de letter-combinatie R3 prijs. Dit duidde op een toestel welke door de AVRO-fabrieken moest zijn gemaakt. Kort daarop kwam een stuk van de romphuid boven water welke nog in uitstekende staat verkeerde. Duidelijk was de zwarte verf en... een gedeelte van een rode letter O,J,U of C. Dit was een fantastische vondst, zoiets komt slechts zelden voor.

Berichten van de duikers duidden erop dat een groot gedeelte van de romp nog vrijwel intact in de modder zat. Steeds meer onderdelen bevestigden dat het hier om een AVRO Lancaster ging. Een van de motoren en een propeller werd gelokaliseerd, maar door het zeer slechte zicht onder water was het erg moeilijk voor de duikers om zich te oriënteren. Tijdens deze spannende uren was het weer schitterend, maar tegen een uur of half zes sloeg dit ineens om toen een inktzwarte lucht vanuit het zuiden aan kwam zetten. Op dat moment vond een van de duikers een complete motorgondel met wiel, motor en propeller. Te zwaar om ineens omhoog te halen maakte hij de haak van de aan boord aanwezige lier vast aan een ander zwaar voorwerp. Vol spanning in een intussen wilder wordende golfslag zagen wij dat met enige moeite een zwart voorwerp aan de oppervlakte kwam. Tot onze grote verbazing kwam een zeer groot gedeelte van het bommenruim compleet met bomhaken aan de oppervlakte. Ongetwijfeld een Lancaster, was de gedachte van een ieder. De conditie waarin de onderdelen verkeerden was gewoonweg fantastisch. Inmiddels moesten wij het die dag voor gezien houden aangezien het weer steeds slechter werd. Met veel gebulder van de donder afgewisseld door een bliksemflits voeren we terug naar Volendam. Hier aangekomen stond de haven in een mum van tijd zwart van nieuwsgierige mensen. Het geborgen materiaal werd in de ARG-aanhanger geplaatst en reden wij moe maar zeer voldaan het dorp uit naar huis. Aan de hand van de informatie die de resten van het toestel hebben opgeleverd moeten wij nu uit zien te vinden welk toestel het betreft. Wellicht dat we op korte termijn wederom een aantal vermisten van de lijst kunnen schrappen. Verder onderzoek zal zeker meer aanwijzingen opleveren.

Op zaterdag 15 augustus 1998 kreeg het verhaal zijn vervolg toen een hernieuwde delegatie van de ARG bestaande uit een drietal ARG-medewerkers wederom richting Volendam togen hopende om deze keer meer informatie te vinden over de definitieve identiteit van de Lancaster. Onderzoek had inmiddels uitgewezen dat er een enkel vliegtuig voldeed aan de gegevens welke de vorige keer waren opgevist. Echter, de opgegeven locatie klopte niet met ander bronnen. Omstreeks 9 uur lagen wij al boven het wrak te dobberen en plonsde de een na de ander in het water. Net zoals de vorige keer kwamen de duikers telkens boven met wrakdelen van het onfortuinlijke toestel. Helaas bleken dit allemaal delen van het bommenruim te zijn waarop weinig aanvullende informatie te vinden was. Het wrak bleek toch completer te zijn dan in eerste instantie aangenomen, terwijl het slechte zicht onder water niet echt bijdroeg aan een soepel verloop van het onderzoek. Desondanks kwamen er zeer interessante onderdelen naar boven zoals tandwielen met een ketting welke in zeer goede staat waren. Delen van rompspanten en een generator lagen al spoedig op het dek en werden schoongemaakt. Een zeer interessant deel bleek een ligger te zijn van een van de karakteristieke ovale kielvlakken van de Lancaster. Samen met een stuk van het horizontale stabilo met resten van groene, rode en zwarte verf bleek eens te meer dat delen welke diep in de modder zaten, eruit zagen alsof ze er gisteren in waren gegooid. Een poging om ook een of meerdere motoren met propeller te bergen mislukte helaas als gevolg van het ontbreken van de juiste hijskabels. Het beschikbare touw bleek keer op keer niet bestand tegen de krachten die erop werden uitgeoefend.

Op zaterdag 10 juli 1999 begaf een delegatie van de ARG zich aan boord van de vissersboot en voer het inmiddels vertrouwde IJsselmeer op. Uit de vorige expeditie was gebleken dat een propeller uit de modderige bodem stak en misschien dat er nog een motor aan vast zat, wat het identificatieproces aanmerkelijk zou versnellen. Nadat een staalkabel aan de propeller was vastgemaakt, wat niet gemakkelijk bleek te zijn aangezien het zicht onder water nul is, kwam de lier al gauw in actie.

Propeller
Helaas bleek het om slechts een propeller te gaan waarvan ook nog eens twee bladen ontbraken. De teleurstelling was duidelijk voelbaar aan dek. Maar al snel gingen we weer met hernieuwde moed aan het werk.

Staartwiel
Kort daarop werd een band gevonden en een koortsachtige werklust maakte zich van de boot meester. Toen met enige moeite het onderdeel aan dek werd gehesen bleek dit het complete staartwiel te zijn, compleet met vork en schokbreker. Belangrijker was dat er kogelgaten in de band zaten welke aanwijzingen konden verschaffen over de wijze waarop het toestel was neergeschoten. De conditie was ongelooflijk en de olie blonk in de zon.

Codeletter
Ook werd een stuk van de zijkant van de romp gevonden met een deel van de Engelse kokarde en alweer een deel van een letter. Bestudering achteraf toonde aan dat dit ook weer de codeletter moet zijn, in dit geval die van de stuurboordzijde. Vorig jaar hadden wij een gedeelte van de bakboord codeletter al bovengehaald. In het kort komt het erop neer dat hoewel er voor het museum zeer interessante onderdelen werden aangetroffen, waaronder de radio-ontvanger van de telegrafist, we weer geen definitief uitsluitsel hadden dat dit wrak zonder twijfel geïdentificeerd kon worden als zijnde DV286. Vooral in dit soort gevallen moet je er absoluut 101% zeker van zijn voordat er actie ondernomen kan worden om nabestaanden in te lichten en het wrak te bergen. Als Stichting heb je niet alleen een morele verplichting, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Wel konden we aan de hand van de kogelgaten in het staartwiel concluderen dat het toestel door een nachtjager moet zijn neergehaald. Volgens Mr. Morski was er een plotselinge explosie gevolgd door vlammen. Dit komt overeen met de werkwijze van Duitse nachtjagerpiloten om schuin onder de bommenwerper te hangen om hem dan vanuit de "blinde hoek" te beschieten in de hoop de staartschutter uit te schakelen en/of de brandstoftanks in de vleugels in brand te schieten. in ieder geval had de bemanning geen schijn van kans.

Op zaterdag 4 september 1999 toog er wederom een delegatie van de ARG richting het IJsselmeer. Samen met een tien man sterk tellend duikteam vertrok het ARG-team naar het wrak van de Lancaster met de waarschijnlijke code DV286 van het 300 Squadron. Zo´n acht weken daarvoor was het wrak ook al bezocht door ons onderzoeksteam. Het werd hoog tijd om deze Lancaster, welke al twee jaar onze aandacht geniet, voor de volle honderd procent te identificeren. Om zeven uur s´morgens vertrok onze groep. Dit maal bestaande uit twaalf personen en een extra boot, welke achter het schip was gekoppeld. Rond een uur of twaalf bereikten we de locatie van de Lancaster. Een eenvoudige klus met al die moderne GPS-apparatuur aan boord. Na een paar keer over de crashlocatie gevaren te hebben werd een boei uitgegooid. Deze bleek recht op het wrak neer te komen. Het schip kon voor anker gaan en de duikers te water.

Bommenruim
Het duiken vanaf de visserboot werd vergemakkelijkt door een uit RVS vervaardigde trap- en plateau constructie. Hierdoor konden de duikers gemakkelijk van en aan boord gaan. Het was al snel raak en de eerste delen konden omhoog gehaald worden. Wederom zagen delen van het bommenruim voor het eerst in meer dan 50 jaar het daglicht. Met behulp van een grote geplastificeerde doorsnedentekening van de Lancaster konden de geborgen delen snel geïdentificeerd worden.

Rode verf op rompdeel
Na een paar uur lag het dek vol met materiaal. Aan boord werd het merendeel van de modder van de delen afgespoten en konden de wrakdelen nagenoeg schoon overgeladen worden in de andere boot. Hierdoor kwam het dek weer vrij en konden we verder gaan. Veel delen afkomstig van het staartgedeelte werden er geborgen. Een kompleet deel van de romp waarin een aantal ramen zitten kwam boven, helaas zonder duidelijke codes. Op sommige plekken was nog wel enige rode verf te onderscheiden. Nader onderzoek moet uitwijzen of hier radio codes uit zijn te halen.

Rugkoepel
Een bijzondere vondst was een groot deel van de rug van het toestel. Juist het gedeelte waar de rugkoepel in heeft gezeten. Ook restanten van deze koepel zijn aangetroffen. Deze restanten bestonden uit een grote ring waarin opmerkelijk veel hout in was verwerkt. Door deze vondst bleek dat het toestel in vele brokken op de bodem zou liggen.

Hydraulische cilinder
Het meest herkenbare deel was de hydraulische cilinder welke de landingskleppen bedienden. Aan dit deel zat nog een heleboel plaatmateriaal. Met veel moeite kon het deel aan boord gehesen worden. Het deel was nog in zeer goede staat en grote plaatdelen waren voorzien van de nodige fabricagestempels.

Tegen een uur of vier werd er weer huiswaarts gevaren. In de haven van Volendam was het door het mooie weer een drukte van jewelste en we hadden veel bekijks. Door de welwillende medewerking van een ARG-donateur, kon het geborgen materiaal direct naar het museum getransporteerd worden.
Type vliegtuig Locatie berging Jaar
Lancaster III - DV286 IJsselmeer 1998/1999